TU Delft Library


Lattenmeubels

In 1919 publiceerde Rietveld in De Stijl een kinderstoel, die voor een groot deel was opgebouwd uit latjes. In de begeleidende tekst legde hij zijn keuze voor eenvoudige deuvel verbindingen als volgt uit:

 ‘De gewone gat-en-pin houtverbinding, waarbij de stijl den regel opvangt, wordt bijna voor alles nog gebruikt. Zij is onder het werk dan ook zeer bevredigend en het is een heerlijk gezicht om b.v. een stel regels en stijlen met gaten pen en groef te zien. Wanneer echter het meubel in elkaar zit, ziet men niets meer. Door deze verbinding ontstaat een, niet altijd bedoeld, vlak.’ [bron: De Stijl, jg. 2, 1919, no. 9, p.102, bijlage XVIII]

Rietveld koos voor een verbinding die de afzonderlijke constructie onderdelen niet zou verdoezelen, maar helder tot uitdrukking zou laten komen. Ook de plaatsing van de regels werd vrijer. Bovendien was de deuvel verbinding sneller uit te voeren en dus efficiënter.

De kinderstoel is één van de eerste uit een reeks lattenmeubels, waarvan de rood-blauwe stoel waarschijnlijk de bekendste is. Het volume van deze meubels wordt visueel opgelost door de onderdelen nadrukkelijk van elkaar te onderscheiden. Dat wordt bereikt door ze koud tegen elkaar te plaatsen, door stijlen en regels voorbij de knooppunten te laten doorsteken en door de vlakken van zitting en rugleuning smaller te maken dan het dragend frame. Later, rond 1923, komt hierbij nog het in contrasterende kleuren verven van de onderdelen.

Bekijk de photos op Flickr.

TU Delft Library maakt gebruik van cookies. Meer informatie Sluiten